Overdenkingen teruglezen
Een overdenking gemist?
Hier kunt u de overdenkingen van de afgelopen dagen teruglezen.
woensdag 23 september 2026
Handelingen 1:14 - Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.
VOLHARDEND IN HET GEBED
De discipelen hadden de Heere Jezus zien heengaan naar de hemel. Wat zouden zij nu moeten doen? Zij gingen niet aan het werk vanuit eigen kracht, maar „volhardende in het bidden en smeken”. Zij wisten dat zij zonder de Heere niets konden beginnen.
Wat een les voor ons. Wij willen vaak eerst zelf oplossingen zoeken en pas daarna bidden. Maar de discipelen laten ons zien waar het moet beginnen: op de knieën. Bidden is niet alleen iets voor moeilijke momenten. Het vraagt volharding, ook wanneer het antwoord uitblijft.
En zij deden het „eendrachtelijk”. Samen zochten zij de Heere. Dat is ook nodig in ons gezin, in de gemeente en onder elkaar. Niet tegenover elkaar, maar samen afhankelijk van God.
Wij weten niet wat de toekomst brengt. Misschien komen er zorgen, verdriet of ziekte. En uiteindelijk wacht ons allemaal de dood. Maar één ding blijft nodig: volhardend bidden en smeken.
Want wie niets van de Heere verwacht, zal ook niet volharden in het gebed.
Hebben wij nog een biddend hart? En zoeken wij het samen bij Hem?
dinsdag 22 september 2026
Kolossenzen 3:4 - Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid
CHRISTUS, DIE ONS LEVEN IS
Wat een wonderlijke belijdenis: „Christus, Die ons Leven is.” Paulus zegt niet alleen dat Christus ons helpt om te leven, maar dat Hij Zelf het Leven is. Zonder Hem zijn wij geestelijk dood, hoe levend wij naar het lichaam ook zijn.
Ons aardse leven is kort. Wij bouwen, werken, plannen en verzamelen, maar eenmaal komt het einde. Dan blijft alleen over wat wij in Christus hebben. Wie zijn leven hier buiten Hem zoekt, zal het verliezen. Maar wie Christus door het geloof mag kennen, heeft een leven dat de dood niet kan beëindigen.
Paulus richt onze blik daarom op de toekomst: „Wanneer Christus zal geopenbaard zijn…” Nu is Hij nog niet zichtbaar voor onze ogen, maar eenmaal zal Hij verschijnen in heerlijkheid. Dan zullen Zijn kinderen met Hem geopenbaard worden.
Wat een toekomst! Geen ziekte, geen verdriet, geen dood meer, maar heerlijkheid met Christus.
Daarom de vraag: Is Christus ook úw Leven? Want als Hij ons Leven is, dan is de dood niet het einde, maar de doorgang tot eeuwig leven met Hem.
maandag 21 september 2026
Psalm 119:81 - Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.
VERLANGEN NAAR ZIJN HEIL
Wat een diep verlangen spreekt hier uit. De dichter verlangt niet in de eerste plaats naar betere omstandigheden, maar naar Gods heil. Zijn ziel is er als het ware door bezweken. Dat laat zien hoe kostbaar Gods verlossing wordt voor iemand die zijn eigen nood leert kennen.
Maar tegelijk staat er: „op Uw woord heb ik gehoopt.” Zijn verlangen is geen onzeker gevoel. Hij heeft een vaste grond: Gods Woord en Gods beloften. Wanneer alles wankelt, blijft dat Woord staan.
Ook wij kunnen veel verlangen: gezondheid, rust, zekerheid, een goede toekomst. Maar verlangen wij ook naar de Heere Zelf en naar Zijn heil? Want wat baten ons alle aardse dingen als onze ziel verloren gaat?
Misschien voelt het soms alsof de Heere ver weg is en Zijn beloften niet vervuld worden. Dan klinkt deze tekst als een aansporing: blijf hopen op Zijn Woord.
Ons gevoel verandert, onze omstandigheden veranderen, ons leven gaat voorbij. Maar Gods Woord blijft eeuwig.
Daarom: laat ons verlangen naar Zijn heil en ons vastklemmen aan Zijn belofte. Wie op Gods Woord hoopt, hoopt niet tevergeefs.
zondag 20 september 2026
Efeze 1:22 - En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen;
EEN HOOFD BOVEN ALLE DINGEN
Wat een machtige woorden over Christus. Alle dingen zijn Hem onderworpen. Niets valt buiten Zijn regering. Geen mens, geen macht, geen gebeurtenis en zelfs de dood niet. Alles ligt onder Zijn voeten.
En juist deze almachtige Christus heeft God aan Zijn gemeente gegeven „tot een Hoofd boven alle dingen.” Dat betekent dat de gemeente niet van mensen is. Christus is haar Hoofd. Hij regeert, bewaart en leidt haar.
Wat kunnen wij bezorgd zijn over de kerk, over de wereld en over de toekomst. Maar deze tekst wijst ons omhoog: Christus regeert. Ook wanneer wij Zijn weg niet begrijpen, verliest Hij nooit de leiding.
Dat vraagt ook persoonlijk om overgave. Want wij willen zo graag zelf het hoofd zijn over ons leven. Zelf beslissen, zelf vasthouden, zelf bepalen.
Maar is Christus ook mijn Hoofd? Mag Hij mijn leven regeren?
Wie aan Hem verbonden is, hoeft zelfs voor de dood niet zonder hoop te zijn. Want het Hoofd leeft — en daarom zullen ook Zijn leden leven.
Alles ligt onder Zijn voeten. Ligt ook ons leven aan Zijn voeten?
zaterdag 19 september 2026
Lukas 17:33 - Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden.
WAT ZOEKT U TE BEHOUDEN?
„Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden..."
De Heere Jezus spreekt hier over de ernst van het volgen van Hem. Wij willen ons leven van nature behouden: onze eigen wil, onze plannen, onze zekerheden en alles wat ons hier dierbaar is. Maar wie zijn leven koste wat het kost zelf wil vasthouden, zal het uiteindelijk verliezen.
Daartegenover staat het wonderlijke woord: „zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden.” Het gaat om het loslaten van onszelf en het buigen voor Christus. Niet langer zelf koning willen zijn, maar Hem volgen.
Dat is geen gemakkelijke weg. Ons eigen hart verzet zich ertegen. Toch is juist daar het ware leven te vinden. Want wat hebben wij aan een leven dat wij hier gewonnen hebben, als wij onze ziel verliezen?
Ook bij het naderen van de dood wordt deze waarheid steeds ernstiger. Dan moeten wij alles loslaten. Bezit, gezondheid, plannen en mensen kunnen ons niet behouden.
Alleen Christus kan ons leven behouden.
Daarom de vraag: Waar zoek ik mijn leven? In mijzelf en deze wereld, of in Hem Die zegt: „Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven”?
vrijdag 18 september 2026
Lukas 17:32 - Gedenkt aan de vrouw van Lot.
GEDENKT AAN DE VROUW VAN LOT
Slechts zes woorden, maar wat een ernstige waarschuwing. De Heere Jezus wijst ons terug naar iemand die achterom zag toen zij Sodom moest verlaten. Zij was wel uit Sodom gegaan, maar haar hart was blijkbaar nog daar. Haar lichaam was onderweg, maar haar verlangen bleef achter.
Dat kan ook ons gevaar zijn. Wij kunnen uiterlijk met Gods Woord bezig zijn, naar de kerk gaan en spreken over de dingen van de eeuwigheid, terwijl ons hart vastzit aan de wereld. Dan lijkt het alsof wij op weg zijn, maar waar ligt werkelijk ons verlangen?
De Heere Jezus zegt niet: Vergeet haar, maar: „Gedenkt.” Haar geschiedenis staat in de Bijbel tot onze waarschuwing.
Ons leven gaat voorbij. De wereld die wij zo gemakkelijk liefhebben, blijft achter wanneer wij sterven. Daarom is de vraag: Waar is ons hart? Kunnen wij de wereld loslaten omdat Christus ons meer waard is geworden?
„Gedenkt aan de vrouw van Lot.”
Kijk niet verlangend terug naar wat u verlaten moet, maar zie op Christus en vlucht tot Hem.
donderdag 17 september 2026
Handelingen 18:24 - En een zekere Jood, met name Apollos, van geboorte een Alexandrijn, een welsprekend man, kwam te Éfeze, machtig zijnde in de Schriften.
MACHTIG IN DE SCHRIFTEN
Apollos had bijzondere gaven. Hij was welsprekend en „machtig in de Schriften”. Hij kende Gods Woord en kon daaruit spreken. Wat een waardevolle gave! Maar in het volgende vers blijkt dat zijn kennis nog niet volkomen was. Aquila en Priscilla namen hem tot zich en legden hem „den weg Gods bescheidenlijker” uit.
Daarin ligt ook voor ons een les. Wij kunnen veel weten van de Bijbel, veel kunnen lezen en zelfs anderen kunnen vertellen wat Gods Woord zegt. Maar kennis alleen is niet genoeg. De vraag is: kent het Woord ook óns hart? Heeft het ons gebracht tot Christus?
Apollos was bereid om verder onderwezen te worden. Hij dacht niet: Ik weet het al. Hij liet zich onderwijzen.
Dat is ook voor ons nodig. Niet alleen machtig zijn in de Schriften, maar door de Schriften geleid worden tot de Zaligmaker.
Want uiteindelijk gaat het niet om hoeveel wij van de Bijbel weten, maar of wij door genade mogen weten van Christus, Die in de Schriften wordt geopenbaard.
woensdag 16 september 2026
Hebreeën 3:15 - Terwijl er gezegd wordt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet, gelijk in de verbittering geschied is.
HEDEN-VERHARD UW HART NIET
Wat een ernstige oproep. God spreekt tot ons door Zijn Woord. Niet alleen gisteren, toen wij misschien geraakt werden, en ook niet alleen morgen, wanneer het ons beter uitkomt. Heden spreekt Hij.
Israël hoorde Gods stem, maar in de woestijn verhardden zij hun hart. Zij hoorden wel, maar gehoorzaamden niet. Ook wij kunnen jarenlang onder het Woord zitten en toch ongevoelig worden. Een hart kan verharden zonder dat wij het direct merken.
Daarom klinkt vandaag de dringende vraag: Wat doen wij met Gods stem? Stellen wij het bekeren steeds uit? Wachten wij op een geschikter moment?
„Heden” betekent: nu. Morgen is ons niet beloofd. Daarom: als de Heere vandaag tot ons spreekt, laat ons dan niet wegduiken achter uitstel of onverschilligheid. Bid om een geopend hart en luister naar Zijn stem.
„Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet.”
dinsdag 15 september 2026
Filemon 1:8 - En indien hij u iets verongelijkt heeft of schuldig is, reken dat mij toe.
REKEN HET MIJ TOE
Onesimus had schuld. Hij had Filemon onrecht aangedaan en kon die schuld niet zelf wegnemen. Maar Paulus treedt voor hem in: „Reken dat mij toe.” Hij neemt de schuld van een ander als het ware op zich.
Daarin zien we iets van het grote wonder van het Evangelie. Wij staan voor God als schuldige mensen. Onze zonden kunnen wij niet ongedaan maken. Wij kunnen onze schuld niet wegwerken door een beter leven of meer goede werken.
Maar Christus is gekomen als de Borg. Hij heeft Zich vrijwillig gesteld in de plaats van schuldigen. Wat ons toekwam, heeft Hij gedragen aan het kruis. Onze schuld werd Hem toegerekend, opdat Zijn gerechtigheid aan zondaren kan worden toegerekend.
Dat is geen kleine zaak voor ons leven. Waar is onze hoop op gebouwd? En wanneer wij straks moeten sterven en voor God verschijnen, wat zullen wij dan meebrengen?
Niets van onszelf. Alleen dit: Christus, Die voor schuldigen heeft betaald.
„Reken dat mij toe.” Wat een wonder wanneer dat door het geloof ook voor ons mag gelden.
maandag 14 september 2026
Hebreeën 12:2 - Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke voor de vreugde die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand evan den troon Gods.
ZIENDE OP JEZUS
Waar kijken wij naar op, wanneer het leven moeilijk wordt? Naar onze omstandigheden, onze zorgen, onze eigen krachten? De apostel wijst ons een andere weg: „Ziende op Jezus.”
Hij is de Overste Leidsman. Hij gaat voorop en heeft Zelf de weg van lijden en kruis bewandeld. Hij heeft het kruis verdragen en de schande veracht. Waarom? Om de vreugde die Hem voorgesteld was: de zaligheid van Zijn volk en de eer van Zijn Vader.
Daarom mogen wij onze ogen op Hem richten. Niet op de weg, maar op Hem Die ons voorgaat. Niet op onze kracht, maar op Zijn genade.
En ook wanneer ons levenseinde nadert, blijft deze waarheid staan. De dood is geen weg die Christus niet gegaan is. Hij heeft geleden, is gestorven, maar ook overwonnen. Wie op Jezus ziet, ziet niet op een graf zonder hoop, maar op Hem Die gezeten is aan de rechterhand van Gods troon.
Daarom: zie op Hem, leef uit Hem en sterf in Hem.
zondag 13 september 2026
Johannes 14:2 en 3 -
In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben.
EEN PLAATS BEREID
De hemel is voor Gods kinderen geen onzekere toekomst. Christus Zelf is daar en bereidt de plaats voor de Zijnen. En Hij belooft: „Ik kom weder en zal u tot Mij nemen.” Hij laat Zijn kinderen niet achter.
Ook wij moeten eenmaal sterven. Alles wat wij hier hebben, moeten wij achterlaten. Maar wie Christus door het geloof mag kennen, hoeft niet te vrezen voor het heengaan. De Heere Jezus gaat voor en komt terug om de Zijnen thuis te brengen.
De vraag is daarom ernstig: Waarheen zijn wij op reis? Hebben wij een plaats bereid in de hemel, of zoeken wij ons leven nog hier?
Christus zegt: „opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben.” Dáár ligt de ware rust: voor eeuwig bij Hem.
zaterdag 12 september 2026
Mattheüs 6:26 - “Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien noch maaien, noch verzamelen in de schuren, en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?”
UW HEMELSE VADER VOEDT HEN
“Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien noch maaien, noch verzamelen in de schuren"
Dan stelt de Heere ons een indringende vraag: „Gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?” Wij zijn zoveel kostbaarder in Zijn schepping. Toch maken wij ons zo gemakkelijk zorgen. We willen alles zelf overzien, zelf regelen en zelf vasthouden.
Daarom zegt Christus: „Aanziet.” Kijk niet alleen naar uw zorgen, maar kijk naar Gods zorg. Als Hij voor de vogels zorgt, zou Hij dan Zijn kinderen vergeten?
Dat betekent niet dat wij zorgeloos mogen leven. Wel dat wij onze zorgen bij Hem mogen brengen en leren vertrouwen op Zijn Vaderlijke voorzienigheid.
Ook als wij niet weten wat morgen brengt, mogen wij weten: onze hemelse Vader weet het.
Wat een troost, ook met het oog op leven en sterven: wij zijn niet in onze eigen hand, maar in de hand van een zorgende Vader.
vrijdag 11 september 2026
Psalm 62:2 - Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.
STIL TOT GOD
„Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.”
Wat een eenvoudige, maar diepe belijdenis. David heeft geen gemakkelijk leven. Er zijn vijanden, zorgen en onzekerheden. Toch zegt hij: „Mijn ziel is stil tot God.” Niet omdat alles rondom hem stil is, maar omdat hij weet bij Wie hij moet zijn.
Wij zoeken zo gemakkelijk rust in mensen, omstandigheden, bezit of eigen oplossingen. Maar echte rust wordt daar niet gevonden. Onze ziel blijft onrustig zolang wij zelf willen vasthouden en regelen.
David wijst ons naar God: „Van Hem is mijn heil.” Niet van mijzelf. Niet van mijn werken. Niet van wat ik denk of voel. Het heil komt van God alleen.
Dat is ook voor ons leven en sterven van het grootste belang. Wanneer alles uit handen valt, blijft er maar Eén over Die werkelijk redden kan. Dan mogen wij leren om stil te worden voor God en onze verwachting alleen van Hem te hebben.
Niet: ik moet het zelf kunnen.
Maar: „Van Hem is mijn heil.”
Daarom: laat uw ziel niet rusteloos zoeken in alles wat voorbijgaat. Zoek uw rust bij God, want alleen bij Hem is het ware heil te vinden.
donderdag 10 september 2026
Spreuken 6:9 - Hoelang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?
HOE LANG NOG?
Wat een scherpe vraag spreekt Salomo hier uit. De luiaard blijft liggen en stelt het opstaan steeds uit. „Nog een weinig slapen, nog een weinig sluimeren…” En ondertussen gaat de tijd voorbij.
Dat is niet alleen een waarschuwing tegen lichamelijke luiheid. Ook geestelijk kunnen wij zo leven. We weten wat Gods Woord van ons vraagt, we horen Zijn roepstem, maar stellen het telkens uit. Morgen zal ik ernst maken. Morgen zal ik bidden. Morgen zal ik mij bekeren.
Maar hoeveel „morgen” hebben wij nog?
Ons leven gaat voorbij en de eeuwigheid komt steeds dichterbij. Daarom klinkt ook tot ons de vraag: „Hoelang zult gij nederliggen?” Word wakker uit de zorgeloosheid en zoek de Heere terwijl Hij te vinden is.
Wij kunnen de tijd niet terughalen. Wat vandaag aan ons wordt toevertrouwd, mogen wij niet achteloos voorbij laten gaan.
„Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?”
Misschien is het antwoord: vandaag.
woensdag 9 september 2026
Handelingen 20:28 - Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.
ZIET TOE OP UZELVEN
Wat een ernstige opdracht geeft Paulus hier aan de ouderlingen van Efeze. Eerst: „op uzelven”, en daarna: „op de gehele kudde.” Wie anderen wil voorgaan, moet zelf leven van Gods genade. Het gevaar is groot dat wij anderen vermanen, terwijl ons eigen hart koud blijft.
De gemeente is bovendien niet van mensen. Zij is „de gemeente Gods”, gekocht „door Zijn eigen bloed”. Wat een waarde heeft de gemeente dan in Gods ogen! Christus heeft er Zijn bloed voor gegeven. Daarom vraagt het weiden van de kudde om liefde, waakzaamheid en trouw aan Gods Woord.
Maar deze tekst spreekt niet alleen tot ambtsdragers. Ook wij mogen onszelf onderzoeken. Hebben wij acht op onze ziel? Waarheen zijn wij onderweg? Leven wij dicht bij de Heere?
En wie verantwoordelijkheid draagt voor anderen, thuis, in de gemeente of waar dan ook, krijgt een bijzondere waarschuwing: zorg eerst dat u zelf wandelt met God.
Want eenmaal zullen wij rekenschap geven. Daarom: „Hebt dan acht op uzelven.”
dinsdag 8 september 2026
1 Timoteüs 2:12 - Doch ik laat de vrouw niet toe dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil dat zij in stilheid zij.
IN STILHEID
Dit is een tekst die in onze tijd gemakkelijk vragen en weerstand oproept. Paulus spreekt hier over de orde die God in de gemeente heeft ingesteld. Het gaat niet om de waarde van man en vrouw voor God, beiden zijn geschapen naar Zijn beeld en beiden hebben hun plaats en roeping, maar om de verschillende verantwoordelijkheden die God heeft gegeven.
De oproep tot „stilheid” betekent geen zwijgen of niets mogen doen. Het wijst op een houding van rust, onderdanigheid en eerbied, waarbij Gods orde wordt aanvaard.
Dat raakt ons allemaal. Wij willen van nature graag zelf bepalen, invloed hebben en onze eigen weg gaan. Maar de Heere vraagt van ons dat wij niet onszelf centraal stellen, maar Zijn Woord.
De vraag is daarom niet alleen: Wat vind ik hiervan? maar vooral: Buig ik voor wat God zegt, ook wanneer Zijn Woord ingaat tegen mijn eigen gedachten?
Waar Gods Woord spreekt, past ons geen hoogmoed, maar stilheid, eerbied en gehoorzaamheid.
maandag 7 september 2026
2 Timotheüs 1:7 - Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en der gematigdheid.
GEEN GEEST DER VREESACHTIGHEID
Wat kunnen wij gemakkelijk bevreesd zijn. Voor de toekomst, voor wat mensen van ons denken, voor lijden en uiteindelijk voor de dood. Paulus wijst Timotheüs echter op wat God geeft: geen geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en der gematigdheid.
Die kracht is geen menselijke dapperheid. Het is kracht die van God komt, waardoor wij mogen staan wanneer het moeilijk wordt. Zijn liefde drijft de vrees uit en leert ons niet alleen onszelf te zoeken, maar ook de ander lief te hebben. En de gematigdheid wijst op een bezonnen, nuchtere geest, die niet door angst beheerst wordt.
Ook in ons leven en in ons sterven hebben wij dit nodig. Wij weten niet wat ons wacht, maar wij mogen wel weten Wie ons vasthoudt.
Daarom hoeven wij niet door vrees geregeerd te worden. Wie op de Heere mag vertrouwen, mag bidden om kracht, liefde en een vaste geest.
Niet onze kracht is onze zekerheid, maar God Die kracht geeft.
zondag 6 september 2026
Psalm 2:6 - Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.
MIJN KONING
Wat een vaste en heerlijke uitspraak van God: „Ik toch…” Mensen kunnen zich tegen God en Zijn Gezalfde verzetten, koningen kunnen plannen maken en machten kunnen zich verheffen, maar Gods raad staat vast. Hij heeft Zijn Koning gezalfd.
Die Koning is Jezus Christus. Hij is niet door mensen op de troon gezet, maar door God Zelf. Zijn Koninkrijk rust daarom niet op menselijke macht en zal nooit wankelen. Sion, de berg van Gods heiligheid, spreekt ons van de plaats waar God woont en regeert.
Wat een troost voor Gods kinderen. De wereld lijkt soms stuurloos en de toekomst onzeker. Maar boven alle gebeurtenissen staat Christus als Koning. Hij regeert.
Maar deze tekst stelt ons ook voor een persoonlijke vraag: Is Christus ook úw Koning? Wij willen van nature zelf koning zijn. Wij bepalen graag onze eigen weg. Maar zalig is de mens die zijn verzet opgeeft en voor deze Koning leert buigen.
Want Zijn heerschappij is heilig, rechtvaardig en goed. Hij is Koning, en Hij zal Koning blijven, tot in eeuwigheid.
zaterdag 5 september 2026
1 Timotheüs 2:5 - Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus
ER IS ÉÉN GOD
Voor God kan geen mens bestaan op grond van eigen verdiensten. Onze zonde maakt scheiding tussen God en ons. Wie eerlijk naar zijn leven kijkt, moet erkennen: ik kan mijzelf niet redden.
Maar dan klinkt het wonderlijke woord: één Middelaar. Niet meerdere wegen, niet Christus én onze goede werken, maar alleen de Mens Christus Jezus. Hij staat tussen een heilig God en een schuldig mens. Hij kwam om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.
Dat raakt ons leven. Op wie bouwen wij? Op onszelf, op onze godsdienst, op wat wij menen te kunnen? Of hebben wij Christus nodig?
En het raakt ons sterven. Wanneer alles wegvalt, blijft maar één vraag over: Heb ik deze Middelaar leren kennen? In het sterven is geen plaats meer voor eigen hoop. Maar wie door het geloof op Christus mag zien, heeft in leven én sterven een vaste Borg.
Er is één God. Er is één Middelaar. En buiten Hem is er geen behoud.
vrijdag 4 september 2026
Galaten 2:20 - Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.
GEEN WEG MEER TERUG
Er zijn momenten in ons leven waarop er geen weg meer terug is. Paulus zegt in Galaten 2:20: „Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.” Dat is scherp. Wie door genade aan Christus verbonden is, kan niet meer verder leven zoals vroeger. Het oude leven moet sterven.
Maar Paulus gaat nog verder: „Want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” (Galaten 2:21)
Daar ligt ook onze vraag. Waar leven wij uit? Uit onszelf, uit onze werken, uit wat wij denken te kunnen? Of uit Christus alleen?
Leven buiten Christus is uiteindelijk sterven. Maar wie in Christus sterft, zal eeuwig leven.
donderdag 3 september 2026
Mattheüs 16:25 - Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.
JE LEVEN VERLIEZEN OM CHRISTUS' WIL
Deze woorden van de Heere Jezus keren onze menselijke gedachten helemaal om. Wij willen ons leven behouden: zekerheid, gemak, eigen wil en alles wat ons dierbaar is. Maar juist wanneer wij ons leven zelf willen vasthouden, kunnen wij het voor eeuwig verliezen.
De Heere zegt daarentegen: „zo wie zijn leven verliezen zal om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.” Dat betekent dat Christus volgen vraagt om zelfverloochening. Niet meer ikzelf op de eerste plaats, maar Hij. Niet mijn wil, maar Zijn wil.
Dat is onmogelijk voor ons eigen hart. Wij willen onszelf blijven regeren. Maar wie door genade leert buigen voor Christus, ontdekt dat verliezen bij Hem geen werkelijk verlies is.
Wat moeten wij dan loslaten? Ons eigen ik, onze eigen gerechtigheid en onze eigen wil. Want wie alles voor Christus verliest, ontvangt Hemzelf. En in Hem vindt hij het ware leven, dat de dood niet kan wegnemen.
woensdag 2 september 2026
2 Timotheüs 1:1 - Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil Gods, naar de belofte des levens dat in Christus Jezus is,
DE BELOFTE DES LEVENS
Wat een rijke woorden: „de belofte des levens.” Het leven waar Paulus over spreekt, is meer dan ons aardse leven. Ons leven is kort en kwetsbaar. Vandaag zijn wij er, morgen kan alles anders zijn. Maar er is een leven dat niet eindigt: het eeuwige leven dat in Christus Jezus is.
Opvallend is dat Paulus spreekt over een belofte. Het eeuwige leven is geen verdienste van de mens. Het is Gods belofte, gegrond in Christus. Buiten Hem is de mens geestelijk dood, maar in Hem is leven, genade en zaligheid.
Daarom is de vraag niet alleen: Hoe lang zal ik nog leven? Maar vooral: Waarin ligt mijn leven? Steunen wij op onszelf, op onze godsdienst en goede werken? Of mogen wij door het geloof rusten in Christus?
Ons aardse leven gaat voorbij. Maar wie Christus tot zijn Leven mag hebben, bezit een leven dat zelfs door de dood niet vernietigd kan worden.
dinsdag 1 september 2026
Hooglied 5:4 - Mijn Liefste trok Zijn hand van het gat der deur, en mijn ingewand werd ontroerd om Zijnentwil.
MIJN LIEFSTE TROK ZIJN HAND TERUG
Wat een aangrijpend beeld. De Liefste staat aan de deur, Hij klopt en zoekt toegang. Maar als Zijn roep niet wordt beantwoord, trekt Hij Zich terug. Dan wordt ervaren wat het betekent wanneer Zijn tegenwoordigheid wordt gemist.
Zo kan het ook in ons leven zijn. De Heere spreekt, nodigt en zoekt ons. Maar hoe gemakkelijk stellen wij Hem uit! Wij zeggen: straks, morgen, later. Totdat wij ervaren dat wij Zijn nabijheid missen. Dan wordt het hart ontroerd: waar is mijn Liefste?
Deze tekst is daarom niet alleen een woord van gemis, maar ook een ernstige waarschuwing. Laat het kloppen van Zijn hand niet onbeantwoord blijven. Wanneer Hij door Zijn Woord tot ons spreekt, is het tijd om de deur te openen.
Want eens komt er een moment waarop wij niet meer kunnen zeggen: „Heden.”